De Belgische crypto-investeerder bevindt zich vandaag in een sterk veranderend fiscaal landschap. Niet alleen werd recent een nieuwe meerwaardebelasting ingevoerd, ook de manier waarop de fiscus crypto-investeringen beoordeelt, evolueert voortdurend.
Dat blijkt onder meer uit de recente aanpassingen aan de vragenlijst die wordt gebruikt bij aanvragen voor een fiscale ruling over cryptoactiva. De wijzigingen geven een duidelijke inkijk in welke factoren de fiscale administratie vandaag als relevant beschouwt en welke elementen aan belang verliezen.
Nieuwe fiscale context: meerwaardebelasting op crypto
Sinds 1 januari 2026 zijn meerwaarden op cryptoactiva die worden gerealiseerd binnen het normaal beheer van het privévermogen onderworpen aan de meerwaardebelasting van 10 %.
Dat betekent echter niet dat alle fiscale discussies verdwenen zijn, wel integendeel. De fiscus blijft immers een onderscheid maken tussen:
- normaal beheer van privévermogen: 10 %;
- speculatieve verrichtingen: 33 % + gemeentebelasting;
- beroepsmatige activiteiten: progressieve tarieven oplopend tot 50 % + gemeentebelastingen + sociale bijdragen.
De fiscale gevolgen van een fiscale kwalificatie kunnen dus aanzienlijk verschillen. In de praktijk wordt gebruikgemaakt van het reeds gekende fiscale kader (wetgeving + rechtspraak) én de voornoemde vragenlijst die door de rulingcommissie wordt gehanteerd om het toepasselijke fiscale regime te identificeren.
Deze vragenlijst, en dus ook de elementen waarmee de fiscus rekening houdt bij het kwalificeren van cryptomeerwaarden, werd recent gewijzigd.
Hieronder zetten wij de relevante wijzigingen voor u op een rij.
Wijziging 1: de hardware wallets verdwijnen uit beeld
Een eerste opvallende wijziging is dat het gebruik van een hardware wallet niet langer als afzonderlijk beoordelingscriterium wordt bevraagd.
Op zich is dit geen onlogische evolutie. In het verleden werd het gebruik van een hardware wallet doorgaans geassocieerd met een eerder passieve beleggingshouding.
Vandaag zegt de keuze voor een bepaalde bewaarmethode echter nog weinig over het werkelijke investeringsgedrag van een belastingplichtige. Steeds meer beleggers gebruiken hardware wallets immers ook voor actieve deelname aan DeFi-protocollen, stakingplatformen en gedecentraliseerde handelsplatformen.
Wijziging 2: verdwijning van het begrip "cryptocurrency saving fund"
Ook een ander beoordelingselement verdwijnt uit de fiscale vragenlijst: investeringen in zogenaamde "cryptocurrency saving funds".
Dit begrip zorgde jarenlang voor verwarring omdat het binnen de cryptosector geen algemeen aanvaarde betekenis heeft. De schrapping ervan draagt ons inziens dan ook bij tot een meer praktische en juridisch duidelijkere afbakening van crypto-investeringen.
Wijziging 3: transacties moeten voortaan ook per jaar worden samengevat
De fiscus blijft een volledig historisch overzicht van alle aan- en verkoopverrichtingen verlangen.
Nieuw is echter dat belastingplichtigen hun transacties ook per kalenderjaar moeten samenvatten. Deze wijziging is zeker niet onbelangrijk, aangezien zij de administratie toelaat de evolutie van een investeringsstrategie doorheen de tijd beter te analyseren.
Een belegger die enkele jaren geleden actief handelde maar later overschakelde naar een langetermijnstrategie, kan daardoor een ander fiscaal profiel hebben dan iemand die structureel blijft traden.
Wijziging 4: expliciete aandacht voor staking en andere crypto-inkomsten
Waar de focus vroeger voornamelijk lag op aan- en verkooptransacties, wordt nu ook expliciet gevraagd naar "passieve inkomsten". Hierbij wordt in de vernieuwde vragenlijst expliciet verwezen naar staking, harvesting, liquidity rewards en andere vormen van inkomen.
Deze toevoeging weerspiegelt de realiteit van de moderne cryptomarkt, waar steeds meer beleggers opbrengsten genereren buiten de klassieke meerwaarden.
Tegelijk blijft de fiscale kwalificatie van dergelijke inkomsten een van de meest controversiële onderwerpen binnen de cryptofiscaliteit. De behandeling ervan hangt vaak af van de concrete feiten en omstandigheden.
Wijziging 5: bredere analyse van de beroepsactiviteit
Een andere belangrijke aanpassing betreft de beroepssituatie van de belastingplichtige.
Voortaan wordt niet alleen gekeken naar de huidige beroepsactiviteit, maar ook naar de professionele context waarin de oorspronkelijke crypto-investeringen werden aangegaan.
Dat lijkt een detail, maar kan in de praktijk een grote impact hebben. Wanneer iemand bijvoorbeeld beroepsmatig actief is of was in de financiële sector, IT-sector of blockchainwereld op het ogenblik van de investeringen, kan dit meewegen in de fiscale beoordeling van de gegenereerde meerwaarden.
Wijziging 6: strengere vermogensanalyse en focus op financiële activa
De meest ingrijpende wijziging situeert zich wellicht op het vlak van de vermogensanalyse. Voorheen hanteerde de rulingcommissie bij het onderscheid tussen een goede huisvader en een speculatief investeerder de omstreden investeringsgrens van 25 à 30 % van het roerend vermogen.
Waar vroeger vaak werd gekeken naar het totale roerende vermogen van een belastingplichtige, ligt de focus vandaag uitsluitend op het financiële vermogen, zoals cashmiddelen, spaartegoeden, aandelen, obligaties of andere financiële beleggingen. Dit betreft dus een aanzienlijke verstrenging, aangezien bijvoorbeeld horloges, juwelen en oldtimers niet langer mogen worden meegeteld.
Daarnaast wordt een veel uitgebreider vermogensoverzicht verwacht. Belastingplichtigen moeten namelijk niet langer enkel aangeven welk percentage van hun vermogen in crypto werd geïnvesteerd. Er wordt steeds vaker gevraagd naar concrete cijfers op verschillende momenten in de tijd, waaronder bij de eerste investering, op het einde van elk kalenderjaar en bij bijkomende investeringen.
Wat betekenen deze wijzigingen voor crypto-investeerders?
De rode draad doorheen alle aanpassingen is duidelijk: de fiscus wil een meer feitelijke en gedetailleerde beoordeling van crypto-investeringen.
Algemene beschrijvingen van een beleggingsstrategie volstaan steeds minder. Daartegenover staat een groeiende verwachting dat belastingplichtigen hun volledige investeringsgeschiedenis, vermogenssituatie en inkomstenstromen kunnen documenteren.
Voor investeerders met omvangrijke cryptoportefeuilles, actieve handelsactiviteiten of inkomsten uit staking en DeFi wordt een goede fiscale voorbereiding daardoor steeds belangrijker.
Besluit
De recente wijzigingen tonen aan dat de fiscale administratie haar analyse van cryptoactiva verder professionaliseert en verfijnt. Sommige criteria verdwijnen, terwijl nieuwe accenten worden gelegd op vermogensstructuur, transactiegedrag en passieve crypto-inkomsten.
Voor beleggers betekent dit dat fiscale zekerheid niet langer uitsluitend afhangt van de vraag hoeveel transacties werden uitgevoerd, maar van een globale beoordeling van alle relevante feiten en omstandigheden.
Ons kantoor adviseert particulieren, ondernemers en investeerders over cryptofiscaliteit, fiscale regularisaties en rulingaanvragen. Wenst u zekerheid over de fiscale behandeling van uw cryptoportefeuille of DeFi-activiteiten?
Neem contact op met onze specialisten voor een grondige analyse van uw dossier.