Overslaan en naar de inhoud gaan
xx
#Vzw #Fiscaliteit #Tax & Legal

VZW’s onder verhoogde fiscale druk: tijd voor een (her)analyse?

01/04/2026 | Leestijd: 4 minuten
Leanne Barthels
Leanne Barthels
Advocaat
Contact

De voorbije maanden stellen wij vast dat vzw’s opnieuw nadrukkelijk in het vizier komen van de fiscale administratie. Waar het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) meer ruimte heeft gecreëerd voor commerciële activiteiten binnen vzw’s, lijkt de fiscus net strenger toe te zien op de fiscale kwalificatie van die activiteiten.

Deze tendens is niet nieuw. Reeds eerder analyseerden wij deze problematiek in onze bijdrage “Fiscale aandachtspunten voor private vzw’s met commerciële (neven)activiteiten” (deel 1 en deel 2), gepubliceerd in Fiscale Actualiteit 2023/36 en 2023/37 (november 2023).

Recente evoluties bevestigen dat deze aandachtspunten vandaag meer dan ooit actueel zijn. Wij stellen daarbij ook een duidelijke toename vast van fiscale controles en vragen rond vzw-structuren.

VZW ≠ automatisch rechtspersonenbelasting

Een hardnekkig misverstand is dat een vzw per definitie onderworpen is aan de rechtspersonenbelasting. In werkelijkheid hangt dit niet af van de rechtsvorm, maar van de aard en omvang van de activiteiten.

De kern van de discussie ligt in de vraag of de activiteiten kwalificeren als een “exploitatie van een onderneming” of “verrichtingen van winstgevende aard”. De beoordeling gebeurt zeer feitelijk, waarbij elementen zoals schaal, organisatie, prijszetting en professionalisering een belangrijke rol spelen.

Wanneer de activiteiten als dusdanig worden gekwalificeerd, riskeert de vzw onderworpen te worden aan de vennootschapsbelasting.

De impact daarvan is vaak aanzienlijk:

  • belasting op alle inkomsten (incl. lidgelden, subsidies en giften);
  • discussie over de aftrekbaarheid van kosten gelinkt aan het belangeloos doel;
  • én dit zonder dat andere heffingen verdwijnen, zoals de patrimoniumtaks.

Een vzw blijft immers in principe onderworpen aan de patrimoniumtaks, ongeacht of zij aan de rechtspersonenbelasting dan wel aan de vennootschapsbelasting onderworpen is. Wanneer een vzw echter in de vennootschapsbelasting terechtkomt, resulteert dit in een cumulatie van heffingen (vennootschapsbelasting én patrimoniumtaks), wat de globale fiscale druk aanzienlijk kan verhogen, ook al is de patrimoniumtaks in dat geval wel aftrekbaar.

Wanneer wordt een activiteit 'te commercieel'?

In de praktijk ontstaat de discussie vaak bij vzw’s die doorheen de tijd groeien en hun activiteiten professionaliseren.

Voorbeeld

Een sportvereniging baat naast haar sportactiviteiten ook een cafetaria uit en organiseert regelmatig events. Waar dit initieel eerder beperkt en ondersteunend was, groeit dit geleidelijk uit tot een structurele activiteit met vaste openingsuren, personeel en marktconforme prijzen.

In dat geval kan de fiscus oordelen dat deze activiteit niet langer louter bijkomstig is, maar een zelfstandige economische activiteit vormt, met als gevolg een mogelijke onderwerping aan de vennootschapsbelasting.

Belangrijk daarbij is dat deze beoordeling gebeurt op het niveau van de vzw als geheel. Met andere woorden: indien één activiteit aanleiding geeft tot een onderwerping aan de vennootschapsbelasting, geldt dit in principe voor alle activiteiten van de vzw, en dus niet enkel voor de betrokken (commerciële) activiteiten.

Daarbij is het ook van belang te benadrukken dat het aanwenden van de opbrengsten voor het belangeloos doel op zich niet volstaat om buiten de vennootschapsbelasting te blijven.

Btw: vaak onderschat risico

Parallel met de discussie rond vennootschapsbelasting loopt vaak een btw-problematiek.

Een vzw die goederen of diensten aanbiedt in het kader van een economische activiteit en daarvoor een vergoeding ontvangt, is in principe btw-plichtig, tenzij een vrijstelling van toepassing is.

In de praktijk zien wij dat dit vaak fout loopt bij:

  • lidgelden die in werkelijkheid een tegenprestatie vormen voor diensten;
  • events, workshops of commerciële nevenactiviteiten;
  • subsidies (onderscheid tussen werkings- en prijssubsidies).

Daarnaast staan btw-vrijstellingen (art. 44 WBTW, o.m. voor sport-, cultuur- en onderwijsactiviteiten) steeds meer onder druk, met name wanneer:

  • structureel overschotten worden gerealiseerd; of
  • de activiteiten op een meer professionele wijze worden georganiseerd.

Bestuurders lopen mee risico

Een belangrijk, en vaak onderschat,  aandachtspunt is de persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders.

Indien een vzw ten onrechte geen btw heeft aangerekend en geconfronteerd wordt met een (aanzienlijke) btw-naheffing, kan de fiscus in bepaalde gevallen de bestuurders hoofdelijk aanspreken, in het bijzonder bij herhaalde niet-betaling.

Dit maakt dat fiscale discussies zich niet langer enkel op het niveau van de vzw situeren, maar ook een persoonlijk risico kunnen inhouden.

Toenemende focus van de fiscus

Uit onze ervaring blijkt dat de fiscus vandaag in het bijzonder focust op:

  • vzw’s met significante omzet of opgebouwde reserves;
  • activiteiten die sterk geprofessionaliseerd zijn;
  • situaties waarin commerciële activiteiten niet duidelijk ondergeschikt zijn aan het belangeloos doel.

De combinatie van deze elementen volstaat vaak om een grondige fiscale herkwalificatie te rechtvaardigen.

Tijd voor een proactieve aanpak

Voor veel vzw’s is het aangewezen om hun werking kritisch te (her)evalueren. In bepaalde gevallen kan het bijvoorbeeld nuttig zijn om:

  • commerciële activiteiten duidelijk af te bakenen;
  • of deze activiteiten onder te brengen in een afzonderlijke vennootschap.

Een proactieve analyse laat toe om risico’s tijdig te identificeren en tegelijk opportuniteiten correct te benutten.

Conclusie

De combinatie van meer commerciële vrijheid onder het WVV en een strengere fiscale aanpak zorgt ervoor dat het klassieke comfort rond vzw-structuren steeds minder evident wordt.

Een vzw die (deels) commercieel actief is, doet er vandaag goed aan om haar fiscale positie tijdig tegen het licht te houden.

Hoe kunnen wij u ondersteunen?

Binnen Moore Law beschikken wij over uitgebreide ervaring in het begeleiden van vzw’s en non-profitorganisaties bij fiscale controles, risicoanalyses en herstructureringen.

Gelet op de toenemende controles en de striktere houding van de fiscus, is een proactieve analyse geen overbodige luxe. Wenst u na te gaan of uw vzw nog correct gestructureerd is of mogelijke optimalisaties te bekijken?

Aarzel dan niet om contact op te nemen. Wij denken graag met u mee.

Neem contact op met één van onze advocaten