1. Wat is de meerwaardebelasting?
Met ingang van 1 januari 2026 is in België een meerwaardebelasting ingevoerd, die van toepassing is op natuurlijke personen onderworpen aan de personenbelasting én rechtspersonen onderworpen aan de rechtspersonenbelasting, zoals de meeste vzw’s en stichtingen.
Een meerwaarde ontstaat wanneer een financieel actief wordt overgedragen onder bezwarende titel (bv. koop, ruil, …) tegen een hogere prijs dan de aanschaffingswaarde. Enkel gerealiseerde meerwaarden worden belast, met andere woorden: de belasting is pas verschuldigd bij een effectieve verkoop of ruil.
Er zijn in essentie drie categorieën in de meerwaardebelasting:
- Categorie A: het uitzonderingsregime van de interne meerwaarde dat voorziet in een belastingtarief van 33%.
- Categorie B: het bijzonder regime van de meerwaarden verwezenlijkt op bepaalde aanmerkelijkbelangdeelnemingen, zijnde deelnemingen van meer dan 20% in de rechten van de vennootschap (aanmerkelijk belang), dat voorziet in een progressief belastingtarief van 1,25% tot 10%, met een vrijstelling van 1 miljoen euro (over 5 jaar).
- Categorie C: het algemeen regime (de restcategorie) dat voorziet in een belastingtarief van 10% en een voetvrijstelling van 10.000 euro en een maximale vrijstelling van 15.000 euro.
Voor een uitgebreidere bespreking van deze meerwaardebelasting verwijzen we graag naar een eerder artikel op onze website.
2. Zijn vzw’s onderworpen aan de meerwaardebelasting?
Ja, in principe wel.
De meerwaardebelasting is namelijk ook van toepassing op rechtspersonen die onderworpen zijn aan de rechtspersonenbelasting. Daardoor vallen veel vzw's en stichtingen binnen het toepassingsgebied van de regeling. Verder in dit artikel wordt enkel gefocust op de vzw’s, maar de meerwaardebelasting is aldus ook van toepassing op stichtingen.
Er zijn ook uitzonderingen:
- Vzw’s die giften kunnen ontvangen die recht geven op een belastingvermindering, zijn niet onderworpen aan de meerwaardebelasting. Het betreft hier een limitatieve lijst van door (een afgevaardigde van) de Minister van Financiën erkende instellingen. Deze lijst wordt gepubliceerd op de website van de FOD Financiën. Het volstaat dus niet dat de vzw mogelijk in aanmerking zou moeten komen voor dit regime. De instelling moet erkend zijn door de Minister van Financiën.
- Vzw's die onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting worden ook niet geviseerd door deze regeling, aangezien meerwaarden daar reeds binnen het normale belastingregime worden belast.
3. Welke activa van de vzw zijn onderworpen aan de meerwaardebelasting?
De meerwaardebelasting is van toepassing op de overdracht ten bezwarende titel van financiële activa.
Dit kunnen aldus aandelen van vennootschappen zijn, maar ook beursgenoteerde aandelen, obligaties, ETF's, beleggingsfondsen, derivaten, cryptomunten en beleggingsgoud. Ook spaarverzekeringen (zoals bijvoorbeeld tak 21- of tak 22-verzekeringen) of beleggingsverzekeringsovereenkomsten (zoals bijvoorbeeld tak 23- of tak 44-verzekeringen) vallen principieel onder het toepassingsgebied.
Er zijn ook bepaalde activa die niet onder de meerwaardebelasting vallen.
- Zo zijn termijnrekeningen geen financiële activa in de zin van de wetgeving.
- Ook de inkomsten uit tak 26-verzekeringen zijn in principe niet belastbaar in de meerwaardebelasting. Het volledige rendement van deze tak 26-verzekeringen wordt namelijk al belast als een roerend inkomen aan 30% RV, zodat deze niet (nog eens) als een divers inkomen in de meerwaardebelasting kunnen kwalificeren.
Bij bepaalde activa, zoals aandelen van een vennootschap, is het van belang om te weten onder welke categorie de overdracht valt. Een vzw die aandelen van een vennootschap verkoopt, kan namelijk afhankelijk van de transactie en haar percentage van deelneming (meer of minder dan 20%) in de vennootschap onder één van de drie categorieën (A, B of C) in de meerwaardebelasting vallen.
Een overdracht van andere activa, zoals bijvoorbeeld beleggingsfondsen, obligaties of verzekeringsovereenkomsten, valt enkel onder de restcategorie (C).
Een grondige analyse van welke activa belastbaar zijn (en in welke categorie), is dus steeds noodzakelijk.
4. Worden ook historische meerwaarden belast?
Neen, in principe niet. Om te vermijden dat waardestijgingen uit het verleden worden belast, voorziet de wet in een zogenaamd "fotomoment" op 31 december 2025. Voor financiële activa die reeds vóór 1 januari 2026 werden aangehouden, wordt enkel de waardestijging vanaf 1 januari 2026 belast.
De historische aanschaffingswaarde wordt wel enkel vrijgesteld indien deze kan aangetoond worden. Het is daarom belangrijk dat een vzw de waarde van haar financiële activa op 31 december 2025 kan aantonen en documenteren. Een goede boekhouding, met onderliggende bewijsstukken, is hier dus van zeer groot belang.
5. Geldt de meerwaardebelasting naast de patrimoniumtaks?
Ja. De bestaande patrimoniumtaks voor vzw's blijft behouden. De meerwaardebelasting vormt een afzonderlijke belasting die naast de patrimoniumtaks kan verschuldigd zijn.
6. Wat als de vzw effecten heeft verkregen via schenking of erfenis?
Voor deze activa is het bijhouden van alle documentatie des te relevanter.
Bij het verkrijgen van bepaalde activa via een schenking of uit een legaat, is er op dat ogenblik namelijk géén meerwaardebelasting verschuldigd. De schenking of het legaat is namelijk geen overdracht ten bezwarende titel. De keerzijde van de medaille is wel dat er bij een latere koop of ruil (of andere overdracht ten bezwarende titel) geen rekening zal worden gehouden met de waarde waartegen de schenking of het legaat is verkregen. Er is dus geen zogenoemde step-up van de aanschaffingswaarde.
7. Moet een vzw zelf aangifte doen?
Ja. In tegenstelling tot particuliere beleggers kan een vzw de belasting niet automatisch laten inhouden door haar bank (de zogenoemde opt-inregeling).
De vzw moet voor deze financiële activa zelf haar gerealiseerde meerwaarden identificeren, de belastbare basis berekenen, nagaan of vrijstellingen van toepassing zijn en vervolgens zelf aangifte doen en de verschuldigde belasting betalen.
De aangifte en de betaling van de roerende voorheffing moeten binnen 15 dagen na de afsluiting van het boekjaar via de aangifte roerende voorheffing gebeuren. Volgens recente berichtgeving wordt er echter wel gewerkt aan een verlenging van deze termijn om de praktische uitvoering voor vzw's te vergemakkelijken.
Merk op dat deze RV-aangifteplicht in principe enkel geldt voor de meerwaarden op financiële activa van categorie C (de restcategorie). Op de interne meerwaarden (categorie A) en aanmerkelijkbelangmeerwaarden (categorie B) is namelijk geen roerende voorheffing verschuldigd. Deze meerwaarden moeten door de vzw dan weer wel aangegeven worden in de aangifte rechtspersonenbelasting.
De administratie heeft al aangekondigd al deze aspecten te bespreken in een nieuwe circulaire.
8. Hoe kan een vzw zich voorbereiden?
Bestuurders doen er goed aan om tijdig een overzicht op te maken van alle financiële activa van de vereniging en de nodige bewijsstukken te verzamelen. Daarbij zijn in het bijzonder van belang:
- de waarde van de effectenportefeuilles en levensverzekeringscontracten op 31 december 2025;
- aankoopbewijzen van financiële activa;
- documenten met betrekking tot de historische aanschaffingswaarde van geschonken of gelegateerde effecten;
- jaarlijkse overzichten van gerealiseerde meer- en minderwaarden die door de bank worden verstrekt.
Daarnaast kan het ook voor bepaalde vzw’s aangewezen zijn om te bekijken of het interessant is een erkenning bij de FOD Financiën aan te vragen voor het ontvangen van giften die recht geven op een belastingvermindering.
9. Besluit
De meerwaardebelasting is niet enkel relevant voor particuliere beleggers en ondernemers. Ook vzw's die financiële activa aanhouden, kunnen door de nieuwe regeling worden getroffen. Een grote impact voor veel verenigingen ligt voornamelijk op administratief vlak. Een correcte documentatie van het fotomoment, het bewaren van historische gegevens en een tijdige aangifte zijn essentieel om fiscale discussies te vermijden.
Aarzel dan ook niet om ons te contacteren indien u hierover vragen heeft of bijstand wenst.