Overslaan en naar de inhoud gaan
supermarkt
#Franchise #Commercial #Sector retail

Eerlijkere spelregels in franchiseovereenkomsten: versterkte bescherming voor zelfstandige uitbaters van voedingswinkels

11/05/2026 | Leestijd: 7 minuten
Geert Reniers
Geert Reniers
Partner
Contact

Op 9 juli 2024 werd het Koninklijk Besluit van 20 juni 2024 “tot aanvulling van de lijsten van onrechtmatige bedingen in commerciële samenwerkingsovereenkomsten inzake detailhandel in niet-gespecialiseerde winkels, waarbij voedings- en genotmiddelen overheersen” (hierna ‘KB van 20 juni 2024’), gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

De bedoeling? De onderhandelingspositie van zelfstandige supermarkt- en superette-uitbaters versterken en hen beter beschermen tegen onevenwichtige contractvoorwaarden. Sinds 2025 gelden er immers extra beperkingen op oneerlijke contractuele bedingen in deze sector.

Concreet betekent dit dat contractuele bedingen die duidelijk onevenwichtig zijn, kunnen worden getoetst aan een bijkomende zwarte en grijze lijst van onrechtmatige bedingen.

Nieuwe en hernieuwde franchiseovereenkomsten moeten aan deze regeling voldoen vanaf 1 januari 2025. Ook de lopende franchiseovereenkomsten dienden tegen 1 mei 2025 te worden aangepast.

In deze nieuwsbrief bespreken wij welke wijzigingen deze nieuwe regelgeving met zich meebrengt, waarom ze noodzakelijk is en wat de impact zal zijn op zowel franchisegevers als -nemers.

Achtergrond: machtsmisbruik leidt tot onevenwichtige franchiseovereenkomsten

In België heeft een beperkt aantal grote spelers in de voedingsdistributiesector een aanzienlijke machtspositie, waardoor zelfstandige supermarkt- en superette-uitbaters weinig onderhandelingsruimte hebben bij het aangaan van contracten. Dit heeft geleid tot problemen in de sector:

  • de markt biedt beperkte mogelijkheden voor zelfstandige supermarkt- en superette-uitbaters om samen te werken met andere grote spelers. Hierdoor zijn zelfstandigen vaak verplicht contracten te ondertekenen met de dominante partijen, wat hun onderhandelingspositie verzwakt;
  • de verwachting is dat het aantal zelfstandige supermarkt- en superette-uitbaters dat via commerciële samenwerkingsovereenkomsten werkt, zal blijven toenemen. Dit vergroot de noodzaak om minimale rechten en garanties voor deze zelfstandigen te waarborgen in contracten;
  • anders dan in andere sectoren (zoals energie, telecom en financiën) is de bescherming van zelfstandige supermarkt- en superette-uitbaters beperkt, waardoor zij extra kwetsbaar zijn voor oneerlijke contractvoorwaarden.

Kortom, de machtsongelijkheid en juridische afhankelijkheid maken de onderhandelingspositie van zelfstandige uitbaters van voedingswinkels zwakker.

Enkele veelvoorkomende problematische contractuele clausules:

  • zelfstandige uitbaters kunnen verplicht worden om enkel bij hun contractpartner goederen af te nemen, waardoor zij geen vrijheid hebben om bij andere leveranciers in te kopen, zelfs in geval van leveringsproblemen bij hun contractpartner. Dit kan hun kosten verhogen en hun winstgevendheid aantasten;
  • in sommige gevallen zijn de uitbaters verplicht om de door hun contractpartner opgelegde (cumulatie van) promoties of prijsbeperkingen te hanteren, zelfs wanneer dit hun eigen rendabiliteit sterk beïnvloedt, zonder dat de contractpartner een vergelijkbaar financieel risico loopt;
  • contractuele overtredingen kunnen leiden tot disproportionele sancties, zoals zware boetes, waardoor de zelfstandige uitbater nog verder financieel onder druk komt te staan;
  • bij de verlenging van hun samenwerkingsovereenkomsten worden zelfstandige uitbaters soms gedwongen om nieuwe, nadeligere voorwaarden te aanvaarden. Aangezien zij vaak aanzienlijke investeringen hebben gedaan, staan zij onder druk om in te stemmen met de opgelegde wijzigingen, willen zij hun onderneming voortzetten.

Wat verandert er concreet met het koninklijk besluit van 20 juni 2024?

Wegens de vastgestelde problemen en de machtsverhoudingen in de sector was regulerend optreden noodzakelijk.

De nieuwe regelgeving is bijzonder relevant voor de supermarktfranchising, maar ook andere commerciële formules kunnen onder deze regelgeving vallen.

Tijdens de voorbereiding van dit KB zijn diverse commerciële samenwerkingsovereenkomsten tussen supermarktketens en zelfstandige uitbaters onderzocht. Op basis hiervan zijn specifieke clausules geïdentificeerd die als onevenwichtig en onrechtmatig worden beschouwd. Deze clausules zijn nu opgenomen in de zogeheten “zwarte” en “grijze” lijst van onrechtmatige bedingen.

Aanvulling van de zwarte lijst van onrechtmatige bedingen in de supermarktsector

De zwarte lijst uit het WER wordt specifiek voor de sector door het KB aangevuld met vier nieuwe verboden clausules:

Uitholling van de essentiële leveringsverplichting

Een beding dat de leveringsverplichting minimaliseert, de verantwoordelijkheid van de leverancier afzwakt of sancties oplegt in geval van bevoorrading bij een derde als de franchisegever niet kan leveren, is onrechtmatig.

Dit beding voorkomt dat de zelfstandige supermarkt- en superette-uitbater zonder compensatie of alternatief blijft wanneer de leverancier zijn leveringsverplichtingen niet nakomt.

Daarnaast moet de zelfstandige supermarkt- en superette-uitbater de mogelijkheid hebben om zich in dat geval elders te bevoorraden, mits hij de commerciële formule respecteert.

Het gaat bijvoorbeeld om:

  • bedingen waarbij de leveringstermijnen of zelfs de verplichting van de franchisegever om de juiste hoeveelheid te leveren, loutere middelenverbintenissen zijn en dus niet afdwingbaar zijn; of
  • bedingen waarbij in het voordeel van de franchisegever een ruime invulling wordt gegeven aan het begrip overmacht (bijvoorbeeld bedingen die bepalen dat ongeveer alles waardoor de franchisegever niet juist of tijdig kan leveren, overmacht vormt); of
  • bedingen waarbij de franchisenemer automatisch aan een strafbeding onderworpen wordt als hij zich bij een derde bevoorraadt bij niet-levering door de franchisegever.

Het niet kunnen beleveren door de franchisegever kan het gevolg zijn van meerdere factoren (bijvoorbeeld veelvuldige stakingen, een slechte werking van nieuwe distributiecentra, een verandering van logistieke partner, IT-problemen ...). Het lijdt geen twijfel dat de franchisegever niet al deze factoren in de hand kan hebben.

Indien de franchisegever deze situaties werkelijk niet kan voorzien of kan verhelpen (hetgeen moeilijk kan worden aangenomen bij structurele problemen), dan kan dit overmacht uitmaken voor de franchisegever. Maar zelfs in geval van overmacht dient de franchisenemer zich bij een derde te kunnen bevoorraden, met inachtneming van de commerciële formule.

Beperken van het recht om voorbereidingen te treffen of onderhandelingen aan te vatten tijdens de opzegtermijn of de termijn van een niet-concurrentiebeding

Bepaalde vertrouwelijkheids- en niet-concurrentiebedingen zijn zo ruim geformuleerd dat de franchisenemer gedurende de opzegtermijn of de niet-concurrentieperiode zelfs geen onderhandelingen of voorbereidingen kan treffen voor een nieuwe activiteit. Een beding dat de franchisenemer verbiedt met andere ondernemingen over een ander contract te onderhandelen tijdens de opzegtermijn of tijdens de niet-concurrentieperiode, moet als onrechtmatig worden beschouwd.

Het afwentelen van de kost van allerhande promoties

Wanneer de franchisegever de franchisenemer dwingt tot het hanteren van diverse promoties om marktaandeel te behouden, kan dit bijzonder nadelig uitvallen voor de franchisenemer. De wet verbiedt daarom (combinaties van) bedingen die de franchisegever meer dan de helft van de kosten van promotieacties laten dragen.

Bevoegde rechter

In een commerciële samenwerkingsovereenkomst kiest de sterke partij vaak de bevoegde rechtbank (doorgaans de rechtbank van haar eigen zetel). Er dient steeds een keuzemogelijkheid te zijn voor de franchisenemer waar hij een procedure wil starten (bv. de rechtbank van zijn eigen zetel OF de rechtbank van de zetel van de franchisegever).

Aanvulling van de grijze lijst van onrechtmatige bedingen in de supermarktsector

De grijze lijst wordt aangevuld met drie nieuwe clausules die, tenzij tegenbewijs, vermoed worden onrechtmatig te zijn.

Optie- of voorkooprechtclausules met onevenwichtige waardebepalingen

Met betrekking tot het handelsfonds of de aandelen van de franchisenemer worden vaak optie- en voorkoopbedingen opgenomen ten voordele van de franchisegever. Een dergelijk beding is op zich niet onrechtmatig, tenzij wanneer dit leidt tot een te lage prijs voor de overdracht. Een dergelijk beding is dus onrechtmatig wanneer het tot gevolg heeft dat er een prijs voor de overdracht wordt bepaald die duidelijk lager is dan de werkelijke waarde. Er mag een overname aan de hand van een forfaitaire waarderingsmethode zijn, maar dit moet dan wel leiden tot een correcte en marktconforme waardering.

De verplichting om de uitbating van een verlieslatende onderneming verder te zetten

De commerciële samenwerkingsovereenkomsten binnen de supermarktsector zijn vaak van lange duur. Dit kan problematisch zijn wanneer de uitbating om diverse redenen verlieslatend blijkt te zijn. In sommige gevallen wordt de franchisenemer gedwongen om de verlieslatende activiteiten voort te zetten, onder dreiging van schadevergoedingen bij vroegtijdige beëindigingen.

Om die reden moet het mogelijk zijn voor de franchisenemer om een commerciële samenwerkingsovereenkomst te beëindigen, met een maximale opzegtermijn van vier maanden bij structureel verlieslatende ondernemingen (wanneer de onderneming minstens twaalf maanden structureel verlieslatend is).

Onredelijke beëindigingsbedingen: uitdrukkelijk ontbindend beding

Een commerciële samenwerkingsovereenkomst brengt vaak aanzienlijke investeringen met zich mee, waarvoor doorgaans meerjarige contracten worden afgesloten. Het is daarom onevenwichtig dat de franchisegever zich contractueel het recht kan voorbehouden om een dergelijke overeenkomst op zeer korte termijn te beëindigen.

Dit kan zware gevolgen hebben voor de franchisenemer en de werknemers van zijn onderneming, die hun job kunnen verliezen, rekening houdend met het feit dat de franchisenemer in deze hypothese vaak failliet gaat.

Volgens de artikelsgewijze bespreking worden uitdrukkelijke ontbindende bedingen aldus uitdrukkelijk verboden gelet op deze zware gevolgen. Het behoort dus aan de rechter om, indien een zware tekortkoming de ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigt, zich hierover uit te spreken.

Conclusie

Voor franchisegevers vereist deze nieuwe regelgeving dat zij hun contracten nauwkeurig formuleren en de franchisenemers eerlijker en evenwichtiger behandelen.

Voor zelfstandige supermarkt- en superette-uitbaters betekent deze nieuwe regelgeving een belangrijke stap richting een evenwichtigere contractuele relatie met de grotere spelers op de markt.

Het biedt bescherming tegen enkele nadelige en onrechtmatige bedingen die hun rendabiliteit en bedrijfsvoering ernstig kunnen schaden.

Als u vragen zou hebben over de nieuwe regels of uw contracten wilt laten nakijken, aarzel dan niet om ons te contacteren.